De boosheid van Jezus

Jezus,

U bestraft mensen die zich hypocriet gedragen door anderen regels op te leggen waar ze zichzelf niet aan houden. Mensen die U met hun mond dienen maar niet met hun hart. Mensen die hun geestelijke autoriteit gebruiken om anderen het leven zwaar te maken en geen vinger uitsteken om iemand te helpen. Alle goede dingen en geestelijke praktijken die deze mensen doen is om er zelf eer voor te krijgen. Aan de buitenkant lijken zij rechtvaardig maar van binnen zijn ze vol roof, onmatigheid, onreinheid, geveinsdheid, leugens en doodsheid. (matt15:3-8,23:2-7,23-33;joh.8:44)

U hebt er een hekel aan wanneer mensen zich verharden en regels en wetten gebruiken om anderen de genezing van God te ontzeggen. (mark.3:4-5)

Het maakt U boos wanneer mensen kinderen tegenhouden die in uw aanwezigheid willen zijn. (mark.10:14)

Het maakt U boos wanneer mensen gelovigen tot verkeerde dingen verleiden of wanneer het hen verhinderd wordt om goed te doen. (matt.18:6-7)

U werd boos toen mensen de tempel in Jeruzalem als handelsplaats gingen gebruiken terwijl het een gebedshuis voor de natiën is. (mark11:15-17)

U vervloekte een vijgeboom omdat die geen vruchten voortbracht. (mark11:14)

U bent boos op demonen die mensen het leven zuur maken. (mark.1:25-26)

U bestraft degenen die Gods kracht willen gebruiken om anderen te vernietigen. (luk.9:55,56)

U bestraft degenen die een makkelijke weg verkiezen boven de wil van God. (Matt.16:23)

U bent boos op geestelijke leiders die anderen tegenhouden om Uw koninkrijk binnen te gaan.(matt.23:13)

U werd boos toen uw eigen discipelen geen geloof voor genezing hadden nadat ze uw wonderen hadden gezien. (matt.17:17)

U werd boos toen mensen u nog niet geloofden en een teken wilden. (matt.12:39-45)

Het maakt U boos wanneer mensen zich schamen voor U en Uw woorden wanneer zij omringt zijn door zondige mensen. (mark.8:38)

U bent boos op valse profeten die zich aan de buitenkant goed voordoen maar van binnen kwade bedoelingen hebben. (matt.7:15)

Het maakt U boos wanneer mensen rijk en gelukkig zijn, zichzelf niets ontzeggen en alles hebben en zich totaal niet bekommeren om mensen die te kort komen. (luk.6:24-26)

U bent boos op steden die zich niet bekeren nadat er grote wonderen door U zijn gedaan. (matt.11:20)

U bent boos op mensen die U ongehoorzaam zijn. (joh. 3:36)

U wordt boos wanneer mensen Uw dienstknechten vervolgen. (matt.22:7)

U wordt boos op mensen die de talenten die U hen hebt gegeven niet gebruiken. (matt.25:29-30)

Het maakt U boos wanneer mensen de minste van uw gelovigen niet praktisch helpen en bezoeken zodat ze niet alleen zijn. (matt.25:46)

U wordt boos wanneer gelovigen de liefde voor U en anderen verlaten. (openb.2:4-5)

U bent boos wanneer gelovigen tegen beter weten in een valse profeet of leraar een positie geven terwijl zo iemand mensen verleidt om verkeerde dingen te doen. (openb.2:20-23)

U wordt boos wanneer mensen niet geestelijk waken maar slapen. (openb.3:3)

U bent boos op mensen die lauw en onverschillig zijn en zichzelf rijk noemen terwijl zij geestelijk arm zijn. (openb.3:16-17)